Stront aan de knikker.

op maandag, 11 mei 2015. Posted in Redactioneel

Een uitspraak van mij opa aan vaderskant.

Vierkante man met pijp en pruimtabak en een halve liter jenever per dag.

Geen alledaags type met een strak pak en een grote hoed, glaceés in de hand

De vrouwtjes mochten hem wel, mede door zijn schaterende lach.

 

Een van die vrouwtjes was mijn oma, klein en in het zwart en heel net.

Zij zag en hoorde en voelde alles wat in hem omging.

Zij was zijn biechtstoel voor dat hij de kerk in ging.

Hij bad zijn litanie aan de rand van haar kant van het bed.

 

Toen zij de gouden bruiloft vierden was hij in het wit en zij in het rood.

Zeer ongebruikelijk in die tijd in een Brabants gat van niks.

Snel werd zij daarna dement en ging dood en dat gaf hem weer “kicks”.

Hij liep naar de dames in het bejaardenhuis en hij genoot.

 

Maar vanuit haar graf kwam een zwarte auto en een ongeluk.

Gij zult niet genieten, Janus, na mijn verwijlen en overlijden.

Met een gebroken poot loop je lange tijd met een rek of kruk.

En de afstand naar de dames is dan niet te overschrijden.

 

Maar de dames waren niet gekrukt  en kwamen hem bezoeken.

Zij vlochten een warm web om zijn kamer heen.

Als een stelletje wat overjarige, bezorgde senior kloeken.

Maakten ze zich de baas van het beter maken van dat been.

 

Een genoegen om eens bij hem langs te gaan als kind.

Een adres waar je wel vijf of zes vervangende oma’s vindt.

Met even zoveel verwennende kroeldames en snoep en koek.

Daar breng je wel een woensdagmiddag probleemloos zoek.

 

Ik was nog jong en wist niet beter, dat was hier zeker het geval.

De warme illusie spatte uiteen met een harde knal.

Wat was er dan aan de hand , vroeg ik aan opaatje lief.

Ze wilden veel meer dan verwennen volgens de oude hartendief.

 

Er was stront aan de knikker en ruzie tussen de verwensters.

Er klonken scheldwoorden en verwensingen door deuren en vensters.

Jaloezie en naijver waren de woorden die hij sprak.

Mijn opa, de onschuldige knipoger in zijn witte pak.

 

Drie en tachtig is hij geworden toen hij voor de tweede maal

Door een auto werd gegrepen en daarmee eindigt dit verhaal.

Ik stond er vlak bij en hoorde hem nog duidelijk iets zeggen.

“Stront aan de knikker”, zei hij, “tegen een auto moet je het afleggen”.

 

Pum