Van binnen naar buiten!

op maandag, 18 mei 2015. Posted in Column

Door Marjelle Brussee

Dans_in_het_bos_-_Robert_Polak

De zuigkracht van de binnenwereld. Ik ben geraakt en getriggerd vandaag door een intensief en confronterend gesprek met twee mensen die veel voor me betekenen. De film is weer gaan draaien; talloze vertrouwde verhaallijnen die door elkaar heen lopen, de verwarrende mix van volwassen- en kindergevoelens en -gedachten. Verhalen die zich herhalen. Verhalen die zich herhalen.

Forest dance, dansen in het bos, dat zou ik gaan doen vanavond. Het kost veel moeite om mezelf naar buiten te krijgen, de buitenwereld in, maar ik doe het wel. Het bos is niet eng, de mensen die er in bosjes bij elkaar staan wel. Schimmen zijn het uit een duister verleden toen ik niemand was, nergens bij hoorde, of pispaal was. Boeren en buitenlui zijn niet de mensen die makkelijk iemand aanspreken die ‘niet van hier’ is, en ik ben dan ook verrast als iemand van de organisatie me aanspreekt en welkom heet, aha, zo kan het dus ook! Maar na een kort praatje sta ik weer als vrouw alleen tussen allemaal groepjes jongelui, vooral bestaande uit jongens tussen de 18 en 25 schat ik.  Ik ben natuurlijk weer de eerste en de enige die danst maar wat moet ik anders, drinken kan ik ook al niet. Toch beweeg ik mij uiteindelijk schoorvoetend naar de bar, waar ik alweer verrassend hartelijk wordt ontvangen door het personeel. De openheid en vriendelijkheid van de mensen achter de bar werkt veel beter als het biertje waarmee ik voor de zoveelste keer probeer dat felbegeerde gevoel van ontspanning te krijgen. Maar wat voor hele volksstammen blijkbaar zo werkt bij mij dus niet, zelfs averechts, want ik ga me alleen maar beroerder voelen. Dansen dan maar weer. Ik sta nu wat meer tussen de mensen en mijn oog is gevallen op een jonge vrouw die net als ik een beetje in haar eentje staat te bewegen. Ze is buitenlandse en als ik haar aanspreek blijkt ze Roemeens te zijn. Ze is nauwelijks te verstaan met haar gebroken Nederlands in de oorverdovende dansmuziek, maar ik ben al lang blij dat ik effe met iemand contact kan maken.

Dan komt er een groepje jongens voorbij die ‘far too young’ zijn voor een vet dance-event al dit, ze zijn waarschijnlijk pas een jaar of 11/12. Het lijkt alsof er een paar begeleiders bij zijn, maar ja, je hebt ook van die knullen die op hun 12e al de lucht in schieten, dus ik kan het moeilijk inschatten. Een van die te lange jonge gastjes kijkt naar mij en begint te lachen en mij na te doen. Gevaarlijk terrein van binnen, uitgelachen en voor de gek gehouden worden, ik kan er makkelijk van in elkaar krimpen. Maar ik dans dapper  door, dans een beetje met hem, maar heb het gevoel dat hij vooral  indruk wil maken op de jongere jongens uit zijn peer-group door mij belachelijk te maken.

En dan doe ik iets wat voor mijn doen weer eens zo’n lekker stoere actie is. Vergeleken met al die ‘stoere mannekes’ ben ik natuurlijk toch veruit de stoerste dat ik hier, waar ik niemand ken, met mijn underdog-achtergrond,  alleen ga staan dansen. Die gedachte sterkt me, geeft me moed. Ik stap op de lange slungel af met zijn bravour-dansje en schreeuw  in zijn oor ‘je kan er niks van!’ Nou, dat is wel een flinke knuppel in het haantjes-hok, de andere jongens staan meteen om hem heen, en er ontstaat een hoop rumoer. Dan komt hij naar me toe en zegt ‘dat kan ik wel!’ en begint weer te dansen. Toch heeft het hem even op zijn plek gezet voel ik. Het contact is nu gelegd en een van de andere jongens waagt het ook om naar me toe te komen en vraagt of ik kan ‘hacken’. Geen idee wat dat is en even later vraag ik het aan de bravour-slungel en die laat het aan me zien. Ik kijk hem bewust aan en zie hoe ongevaarlijk hij eigenlijk is. Ik doe zijn dansje zo na, sloof me flink uit, en de jongens vinden het geweldig. Een van hen komt een paar keer naar me toe om te zeggen dat ik zo goed kan dansen. Jo, ik heb de wedstrijd gewonnen!

Het meisje van 12, dat natuurlijk nog steeds in mij zit, kan eindelijk een beetje de bravour-kant kwijt die op het schoolplein nooit aan bod gekomen is, maar ze zit nu eenmaal wel in het lichaam van een vrouw van bijna 45 en die is na een uur of anderhalf uitsloven gewoon bek af. Als ik ga tik ik de Roemeense, met wie ik tussendoor  wat gebabbeld heb, nog even op de schouder. Ze geeft me een hand, heel warm en hartelijk en zegt dat ze het leuk vind dat ze me heeft leren kennen. Ik voel ook even mijn eigen warmte en het is een heel oprecht moment, temidden van al die bravour-spelletjes en het muzikaal geweld. Tevreden en voldaan ga ik naar huis. Mijn avond is geslaagd! 

Afbeelding: Dans in het bos, olieverf op linnen van Robert Polak